Als je er naar kijkt, fiets je er tegenaan
op
Lotte heeft leren fietsen. Ze is al 5, maar nog niet aan fietsen op 2 wielen toe gekomen. Nadat alle kinderen in de buurt blijken te fietsen, besloot ze ineens dat het tijd werd.
Tot mijn verbazing fietst ze zo weg. Zonder zijwieltjes. We hadden het eerder geoefend, maar dat liep steeds op een drama uit. Maar nu ging het prima. Tot het eerste paaltje, even verderop.
Met de ogen op het paaltje gericht, uit angst om er tegen aan te rijden, fietst ze er vol tegenaan. Ik raap haar op, troost haar en vertel dat, wanneer je ergens naar kijkt, daar in volle vaart op af gaat. Ik had ook die ervaring. Met een nachtelijk fietstochtje na een avondje in de kroeg.
Genoeg aanleiding om maar eens te analyseren waarom fietsen eerst niet lukte. Lotte bleef naar haar fiets kijken. Eerst naar de trappers, om te weten waar haar voeten waren. Later naar het mandje voorop, waardoor ze na minder dan 3 meter steeds de berm in dook. Toen ze er genoeg vertrouwen in had dat het mandje bleef zitten en met haar mee ging, ging ze voor zich kijken. De ogen gericht op waar ze heen wilde. Ineens lukte het. Een vrouw met een missie én een doel. Tot het paaltje.
Ondernemen is fietsen. Pas wanneer je weet waar je heen wil, lukt het koers te houden en dat doel te bereiken. Daarom is het belangrijk om een duidelijk doel te hebben. Dat kan nooit ‘geld’ zijn, want dat is een effect.
Ga voor een begrijpelijk doel. Als je je doel niet voor ogen houdt, val je van je fiets, of ga je in het beste geval nergens heen. Is er een bocht, neem die eerst en kijk dan weer verder. Je doel bepaal je vooraf. Je richting als je bezig bent.
Een metafoor. Je wilt naar de supermarkt: een doel. Als je met meer mensen gaat, is het handig dat die weten naar welke supermarkt. Anders staan er een paar, vol goede bedoelingen bij Jumbo en jij bij Albert Heijn. Ga ze dan maar eens vertellen dat ze het verkeerd hebben gedaan. Het was niet goed uitgelegd.
Bij vertrek weet iedereen waar en waarom we naar Albert Heijn gaan. Je weet nog niet precies wat je onderweg tegenkomt. Dat is de strategie. Het is mores om dat tot in detail vast te leggen, alsof er onderweg geen dingen kunnen gebeuren. Dat maakt het moeilijk onderweg onze route aan te passen. We hebben het nu eenmaal zo bedacht. Dus zo moet het gaan.
De praktijk is weerbarstig. Een wegopbreking. Volle parkeerterreinen. Regen, wind, sneeuw. Een ongeluk. Het paaltje. Het zat allemaal niet in je plan. Wil je je doel halen MOET je flexibel zijn. Anders kom je er nooit.
Dat is precies wat er in de praktijk vaak gebeurt. Wanneer er een tegenslag is gaan we niet verder, maar terug. Kijken of we nog steeds naar Albert Heijn willen. En zo ja, op welke manier. Maar komen maar niet verder.
En dat paaltje? Dat is de waan van de dag. De dagelijkse afleiding op je pad. Eindeloos veel paaltjes en obstakels. Als je niet oppast, stuur je er tegenaan.
Moraal: verlies je je doel uit het oog, kom je niet verder dan het eerste paaltje. De kunst is om voorbij het paaltje te kijken. Een uitweg te zien. Op naar de volgende bocht. Je weet waar je heen wilt, je komt er wel. Geniet van de tocht.
Ik heb 2 dagen, half lopend, rennend achter Lotte aan geroepen: “Niet naar het paaltje kijken, maar erlangs! Kijk waar je naartoe wilt! Je wilt niet naar het paaltje!”
Ik realiseer me dat ik dat op mijn werk ook vaker ga doen. Mezelf en onze klanten vertellen dat ze niet naar het paaltje moeten kijken. Weet waar je heen wil en daar komen. Das belangrijker.
En nu naar de Jumbo, samen met Lotte. Als we er zijn, verdienen we een snoepje. Dat is nog eens een doel.